Four years; Fifth Campaign is Running

De eerste sessie met de gebroeders Koot

De oudste broer mag als eerste

Benjamin speelt een welgestelde Stoutfolk diplomaat, die al een tijdje op werk zit te wachten. Hij is aan het potverteren en moet aan het eind van de maand het salaris van zijn lijfwacht en butler betalen. Omdat hij een man van stand is woont hij in een prachtig huis op een zeer gunstige locatie in de hoofdstad van het Trotsvoet keizerrijk, Fortuna.

De naam van zijn karakter is Benji Silverspoon, van de gelijknamige zeer succesvolle familie. Hij komt uit een lange lijn van mannen die zich zeer geliefd hadden gemaakt bij de keizerlijke familie. Zijn vader was diplomaat, zijn grootvader finacieel adviseur van de keizer en diens vader ambassadeur van het keizerrijk in Ol'Darza. Er ligt dus aardig wat prestatiedruk op zijn kleine schouders, maar gelukkig kan hij zich af en toe lekker afreageren op zijn personeel.

De sessie begint wanneer Benji ontwaakt, liggend in zijn luxe hemelbed, gewekt door wat getik op het raam. Nadat hij zijn bulter, James Smallwood genaamd, roept om te kijken wat dat kan zijn komt hij erachter dat het een piepklein vogeltje was die het getik veroorzaakte. Het leek op een kleinere variant van een roodborstje, maar dan met een purperen in plaats van een rood borstvlekje. Het diertje is gewond en het bloed vloeit over zijn mahony houten bureau. Hij zal zijn dagelijkse papierwerk maar aan de ontbijttafel moeten doen dan, denkt hij. James, een echte dierenliefhebber, ontfermt zich, na goedkeuring gevraagt te hebben aan zijn baas, over het kleine vogeltje. Toch heeft Benji het gevoel dat hij zulke diertjes eerder heeft gezien, maar hij herinnert zich niet waar precies. Het klagerige gezang van het diertje doet hem echter denken aan een kinderwijsje dat vroeger gezongen werd voor kinderen waarvan de vader weg moest met het leger om oorlog te voeren. Het heeft op de een of andere manier een geruststellend effect.

Na zich aangekleed te hebben en zijn lijfwacht instructies te hebben gegeven op zijn hoede te zijn, gaat hij ontbijten. Wanneer zijn bulter verschrikt terugkeerd om te vertellen dat het vogeltje het hoekje om is raakt het hem amper. Wat hij echter wel interessant vindt is dat het diertje op het moment dat het in een kooitje werd gestopt en het deurtje gesloten, het ineens helemaal verpieterde tot een levenloos hoopje ellende. Er zat echter een piepklein briefje aan zijn linker pootje, waar waarschijnlijk een belangrijke boodschap op te lezen is. Benji herinnert zich ook ineens waar hij dat soort vogeltjes eerder had gezien, namelijk in de paleistuinen van de keizerlijke familie.

Hij rolt het briefje voorzichtig open maar blijkt zelfs met een loep amper te kunnen ontcijferen wat er staat. Het is in ieder geval ondertekend door generaal Aquino Trotsvoet van Decora, de echtgenoot van de oudste dochter van de keizer en derde in de lijn van troonopvolging. Terwijl Benji de rest van het bericht probeert te ontcijferen, wat in een soort occulte code geschreven lijkt te zijn, vist James nog even de krant van vorige week uit de papierbak.

Op de voorpagina stond een verhaal over deze populaire generaal. De militaire academie heeft namelijk na een groot onderzoek over zijn werkwijze, geconcludeerd dat hij een verschrikkelijk wanbeleid voert aangaande de oorlog tegen de Solarianen, in de noordelijke jungles. Er wordt zelfs van opzet gesproken en dat zou volgens hen als hoogverraad moeten worden beschouwd. De oorlog zou in vijf jaar afgelopen moeten zijn, maar op zijn manier kan het wel honderd jaar gaan duren. Generaal Aquino verdedigt zich door te beweren dat hij zijn uiterste best doet deze oorlog tot een succes te maken, maar dat er een groot aantal onvoorziene tegenslagen zijn geweest en dat de zonen van Solar zich vele malen heviger en strategischer verzetten dan verwacht.

De code blijkt slechts een tijd en locatie te zijn, gecodeerd in een soort occult astrologisch schrift. Wel blijkt dat de pion, waarmee de generaal hém bedoelt, een belangrijke rol speelt en op die plaats dient te verschijnen op de aangegeven tijd. Benji begrijpt eruit dat hij over zeven dagen, een uur voor middernacht, in een net buiten Decora gelegen kasteel moet zijn.

Hij laat onmiddelijk zijn rijtuig, een luxe strijdwagen met twee paarden ervoor, klaarzetten, want hij wil binnen een uur vertrokken zijn.

 

Dan is de andere Koot aan de beurt: de Josser

Deze van zijn leerstoel afgewipte tovenaar uit Zenia is een rasechte Zhulite. Hij hangt een stroming aan binnen het Zhulitisme die ernaar streeft zo dicht mogelijk bij de Draken te komen qua eigenschappen. Josh Melthir is zijn naam, befaamd om zijn werk als leraar in de kunsten van het magische duel, berucht om zijn koppigheid en grootheidswaanzin. Omdat een dispuut over een belangrijke promotie die meerdere malen aan hem voorbij was gegaan zo hoog op was gelaaid dat zijn functie als leraar zelfs onhoudbaar was, werd hij ontslagen. Echter omdat je niet zomaar ontslagen kan worden als docent gevechtstovenarij op de Zeniaanse Academie voor Magische en Militaire Kunsten (ZAMMA in het engels), moest men om hem weg te krijgen een excommunicatie procedure starten.

Eenmaal gestript van zijn titels, behalve dan die van tovenaar, en van zijn faceliteiten afgesneden, besluit Josh een oude interesse, waar hij al lang geen aandacht meer aan had besteed, weer op te pakken. Namelijk die van de archeologie. Hij had enkele jaren terug een uitnodiging ontvangen om eens naar het Trotsvoet rijk te komen en de opgravingen bij Al-Martec te bezichtigen. Dit zou de enige semi-intacte stad van de "Voorgangers" moeten zijn geweest; een verloren gewaand ras dat volgens de verhalen in de astrale dimensie is gaan leven. Bij de uitnodiging zat een ticket zonder datum, waardoor hij in ieder geval de mogelijkheid had een boot te pakken van Thuislijn Transport, een Stoutfolk scheepsvaart organisatie met voornamelijk passagiersschepen.

Op de derde dag van deze reis begin ik de sessie wanneer Josh in zijn hangmat ligt, wakker geworden van een snerpend geluid. Een van zijn vier kajuitgenoten is bezig zijn sabel te slijpen. Deze Nepharim brabbelt wat in zijn eigen taal, maar waneer hij zich in zijn vinger snijdt komen er wat meer verstaanbare woorden uit als: "Goed" en "Erg scherp!"

Josh merkt dat de onfatsoenlijke gewoonte van één van zijn ongure kajuitgenoten om overal in en op te spugen nu ook zijn emmer met water heeft bereikt, waarmee hij zich net wilde wassen. Hij zal later wel even verhaal gaan halen, maar eerst het ontbijt met een wijntje in de kombuis.

Na wat gegeten te hebben en wat Ritneesse wijn afgeslagen te hebben vanwege het kosteplaatje, begeeft hij zich richting het dek. Hier wil hij zijn Draconische ritueel uitvoeren, maar op zijn stekkie, op het voorsteven, zit die vervelende dikzak die overal op spuugt een potje te dobbelen met een Stoutfolk passagier. Hij roept zijn authoriteit als tovenaar aan en de onbekende passagier vlucht meteen weg. Echter zijn onfatsoenlijke kajuitgenoot weerstaat deze intimidatie tactiek. Hij daagt Josh uit voor een potje dobbelen, welke het idee begint te krijgen dat de man een soort onderwereld figuur is die op een soort zakenreis is gegaan, of juist gevlucht voor iets in Quatropolis.

Het dobbelen verloopt niet zo goed voor onze koppige tovenaar, de eerste potjes liet de ervaren dobbelaar hem winnen om zijn zelfvertrouwen een opsteker te geven, maar uiteindelijk vindt deze het wel welletjes, na zo'n drie zilverstukken en zes koperstukken te hebben gewonnen. Het blijkt dat hij de gewoonte heeft om continue op een soort pitjes te kauwen, waarvan hij de hulsjes in een grote fluim uitrochelt als hij er mee klaar is, om meteen weer een nieuwe pit in zijn mond te stoppen.

De man verdwijnt uiteindelijk beneden deks zodat Josh eindelijk aan zijn dagelijkse ritueel kan beginnen. Hij wordt hierin echter halverwege gestoord doordat hij het schip voelt schokken. Er is meteen commotie, want hij was niet de enige die dit voelde. De derde stuurman van het schip komt naar hem toe om hem te verzoeken beneden deks te gaan, maar dit weigerde hij pertinent. Als er gevaar dreigt heeft men juist een tovenaar nodig op het dek! Dit mocht hij dus even aan de kaptein gaan vertellen, want orders zijn orders dacht de stuurman. Op het achtersteven bleek dat de kaptein wel een redelijke man was, maar Josh zag ook ineens iets uit het water opdoemen, iets dat zich van het schip af leek te sturen. Het zag eruit als een grote metalen vin met een soort constructie eronder van onbekend formaat.

Echter, wat hij eerder als enige had opgemerkt, vooral nadat hij zijn oor even aan het dek had gelegd, was een soort diep mechanisch geluid, als van een boor in hout, maar dan groter. Dit duurde zo'n twintig seconden, waarna er een klik en een piepje gehoord kon worden.

Hij ging meteen op onderzoek uit beneden deks en kwam terecht in het goederen ruim, waar de dierlijke mestgeuren hem tegemoed traden. Toen hij de boegzijde naderde hoorde hij water lopen, bij nader onderzoek bleek het een tonnetje de Ritneesse wijn te zijn, die hem eerder zo smakelijk leek. Na het tonnetje verwijderd te hebben zag hij dat er aan de achterkant een gat in zat, waardoor deze al voor driekwart leeggelopen was. Wat hij ook opmerkte was dat precies daarachter, in de wand van het schip een gat was opgevult met een houten stop, vastgezet met weerhaken van de binnenkant. In de kern van deze stop zag hij een donkerrode steen zitten, wat misschien zelfs een edelsteen kon zijn.

Hij gebruikte zijn spreuken om te achterhalen waar hij mee te maken had. Hij kwam er langzaam aan achter dat het ding een betovering in zich had, maar beschermd door een soort wachtwoord. Hij kon alleen het metrum achterhalen van het wachtwoord, maar wist meteen ook dat hij weinig tijd had voor de betovering in werking zou gaan, slechts tien minuten nog maar.

Hij haalde de kaptein erbij die eigenlijk ook niet wist wat hij ermee moest, maar nadat onze heldhaftige tovenaar nogmaals het ding probeerde te lezen met een spreuk kwam hij dieper door de beschermende betoveringen heen en kon hij een woord ontrafelen. Het lint .. .. .... ? Van buiten bezien met een omgekeerde periscoop nam Josh een grote metalen kist of doos waar. De tekens die erop stonden vertelden in het Turiliaans (wat ook de officieele Trotsvoet taal is) dat het om Doos 24 ging. Nu hij nog maar enkele minuten de tijd had zag hij ook ineens dat er een donkerrode band om de doos heen was gespannen. Het lint.....doos..? De tijd drong, maar "Het lint om de doos" had er iets mee te maken, maar wat had hij hier nu aan?

Tot hij zich het verhaal van Lyrian in zijn jongere eeuwen herinnerde. Deze was verzot op verassingen en cadeaus, die zijn moeder Fahra altijd met een rood lint ombond. Als de doos aan de buitenkant geopend zou worden zou de inhoud dan niet onschadelijk worden? Er was maar een manier om het te weten te komen, dus zond de kaptein een sterke matroos naar beneden met een mes en wat stenen in zijn zakken om in rap tempo neerwaarts te gaan. De matroos sneed de band door waarop de inhoud inderdaad naar buiten kwam. Het bleek een zeer giftige of zure stof te zijn die het water zo dodelijk maakte om de arme matroos heen dat hij letterlijk verging voor hij boven kwam drijven. Het water rond die plek kleurde ook gifgroen.

De matroos heette Brian O'Connor wist een van de andere bemanningsleden te vertellen en hij zou om zijn heldhaftige daad herinnerd worden verzekerde de kaptein de verzamelde lieden op het dek. Hierop gingen ze weer kijken bij de stop. Die zat er nog, maar de edelsteen, die als je hem omdraaide een schitterende robijn bleek te zijn, was op de grond gevallen. Deze mocht Josh wel houden van de kaptein, die hem uitnodigde over een uur naar zijn kajuit te komen.

Een uur later werd Josh binnengelaten in de kajuit van de kaptein alwaar de gehele staff met geheven glas de nieuwe redder in nood verwelkomde. Hij kreeg zelfs een medaille opgespeld voor het tonen van daadkracht in een noodsituatie, hoewel het vooral zijn denkkracht was geweest die hen had geredt.

De kaptein wist te vertellen dat hij in Decora het commando over het schip zou overdragen aan de bootsman, omdat hij een baan zou krijgen bij de Trotsvoet marine. Deze zochten ervaren kapteins om een nieuw type schip te besturen, welke ook onderwater konden varen. Dit kon geen toeval meer zijn dacht Josh Melthir gelijk.

Ze filosofeerden over wat theorieen, waaronder die dat het een test was van een gevaarlijk nieuw wapen, dat tevens zou moeten werken in het geval dat de vijand al meer wist over deze nieuwe soort schepen. Josh beloofde de kaptein op onderzoek uit te gaan, als de kaptein bij zijn schip zou blijven en de baan zou weigeren. Hiervoor wilde de kaptein hem wel honderd zilverstukken meegeven als vergoeding.

De rest van de gespreken, die tot in de late uurtjes doorgingen, gingen vooral over hun beider levenservaringen met vrouwen, bazen en wat voor principes ze er op na hielden. Josh heeft echter met geen woord gerept over zijn excommunicatie, maar het zo verbloemt dat de kaptein denkt dat hij zelf is weg gegaan om zijn eigen pad te kiezen, ongehinderd door zijn superieuren.

 

Dit stuk was oorspronkelijk bedoeld als speler informatie voor een few-off die zich ongeveer 70 jaar voor de standaard begin datum van de campaign afspeelde.

Noord-Oost Zenia: De Quatropolis Regio

Korte toelichting bij de stad en de gevolgen van de magische revolutie:

De stad is een groeiende metropool met bijna een miljoen inwoners. Het is een samenvoeging van: Mechanis, het zuidelijke deel van de stad waar de grote tempelcomplexen van de verschillende goden staan; in het westen Bellica, waar het militaire apparaat van Zenian Homeland Defense zijn basis heeft; het noorden waar de enorme maritieme handels haven van Zenun ligt, incusief de uitgestrekte markten die daarbij horen; het oosten van Quatropolis wordt al sinds de tijden van de Turiliaanse overheersing gebruikt als bestuurlijk centrum van de regio noord-oost Zenia en huisvest o.a.: het paleis van de gouverneur van noord-oost Zenia, de federale senaat, de ambassades en het paleis van justitie. In het centrum van de stad reizen de torens van the Airship Docking Facility uit de grond. Een soort vliegveld in aanbouw, dat landingsgelegenheid moet bieden aan zo'n 110 airships tegelijk inclusief onderhoudsmogelijkheden en douane, via de in totaal 22 torens die momenteel uit de grond aan het reizen zijn.. Overal in de stad zijn genezersposten die gespecialiseerd zijn in het tegengaan van uitbrekende ziektes, om een tweede plague te voorkomen. De poorten van de stad worden geopend en gesloten via Zhulite apparati zoals jullie nog wel kennen. Informatie kan over grote afstanden getransporteerd worden via een soort thaumic beaming devices die overal opgesteld staan in de stad. In de centra van de vier steden zijn betaalde teleportatie apparaten te gebruiken door welgestelde burgers voor persoonlijk transport, een vijfde is in aanbouw op de plek waar de luchthaven gaat komen. Voeselvoorziening wordt gesuplementeerd door magische rituelen om de oogst te verbeteren en het vee gezond te houden. Tevens gaat veel handel tegenwoordig via luchtschepen, die nu nog voor een deel buiten de stad moeten landen, omdat op de luchthaven in centraal Quatropolis nog slechts 25 luchtschepen tegelijkertijd aan kunnen meren. Ook de scheepvaardij heeft baat bij allerlei magische apparaten die het leven op zee, en dus de handel, gemakkelijker maken. Denk hierbij aan waterverversings systemen en nood-rantsoen afgifte machines, maar ook door mana aangedreven rotorbladen onder het schip.
Zo is te merken dat de magische (of Zhulitische) revolutie, die al sinds het einde van de grote plaag zijn sporen nalaat in Zenia, zijn vruchten aan het afwerpen is. Dit komt over het algemeen ten goede aan de bevolking van Quatropolis. Je moet je voorstellen dat bijna elke bekende spreuk door een apparaat uitvoerd kan worden, zolang er maar brandstof in de vorm van lyrium crystallen toegediend wordt, waarbij de vaardigheid van de maker van het apparaat doorslaggevend is voor de effectiviteit van de spreuk. Daarnaast kan de wil van een tovenaar of heilige het apparaat van energie voorzien, mits de nodige taumatologische of occultistische kennis beschikbaar is. Afhankelijk van de complexiteit van het apparaat wordt tegen een thaumatology of occultism skill met +5 tot -10 gerolt. Voorbeeld: een gemiddelde magier kan een minor wound treatment device, die minor healing cast op een patient, gebruiken met zijn thaumatology skill +1 en kan kiezen zijn eigen energie of een lyrium crystal hiervoor op te offeren. Lyrium crystallen zijn te krijgen vanaf 30$, voor een crystal met één mana, tot 2000$ voor een crystal met twintig mana, wat het maximum haalbare is in een stabiel crystal (Grade B) waar geen mana uit weg lekt. Hieruit volgt dat een herreizing uit de dood iemand al gauw 15 level 20 lyrium crystallen kost a 30000$ in totaal. Hierbij moet hij iemand vinden die het apparaat gedurende twee uur op -8 skill durft te bedienen, welke vaak nog eens enkele duizenden aan zeniaanse dollars zal vragen voor zijn of haar expertise. Lyrium met een hogere energie dan Grade B crystallen wordt enkel gebuikt door het leger, maar de werking daarvan en het potentiele gevaar voor de gebruiker zijn geheim. Vloeibaar lyrium is overal in Zenia verboden en handel hierin wordt beschouwd als hoogverraad, dit vanwege het enorme gevaar als het in handen van kwaadwillenden komt. (Vergelijkbaar met verrijkt uranium in onze tijd)

Stukje politiek en demografie:

Alle verschillende rassen kunnen gevonden worden in het huidige Zenia. Merk wel op dat het mensenras zo'n 130 jaar geleden getroffen is door een epidemie dat gedurende 18 jaar, een mensen generatie, bijna 60% van de bevolking deed sterven. Wat, in combinatie met Zeniaans verzet, het einde betekende van de Turiliaanse overheersing en het begin van de Zeniaanse Federatie. Er is nog steeds veel haat van mensen richting Rontra en Proudfeet (halflings), die door velen verantwoorderlijk worden gehouden voor het verspreiden van de ziekte. Zenia is momenteel in een koude oorlog verwikkeld met the Proudfoot empire en in een verhitte strijd om handelsrechten met de Rontra Republic; een wapenwedloop is daardoor ontstaan. De meest ingenieuze oorlogs apparaten worden gebouwd en het Tech level in de stad is daarom voor spel doeleinden TL 5, industrie is hierbij vervangen door hoge magie. Het leger en de vloot van de Zenian Homeland Defense Forces leveren werk aan zo'n 9 procent van de beroepsbevolking, wat de hoogste militarisatiegraad in de geschiedenis van Zenia is sinds de stichting van de Federatie 112 jaar geleden.
Zenia is een vrij land, vergelijkbaar met Amerika rond de 18de eeuw, waar alle geloven en rassen welkom zijn. Iedereen is er vrij om te handelen, maar slavernij is verboden, lijfeigenschap door monetaire schulden komt nog wel voor, maar tegen wettelijk vastgelegde tarieven en nooit langer dan vijftien jaar, wat overigens de gemiddelde dienstperiode is van een beroepsmilitair. Er is een beroepsleger bestaande uit getrainde burgers en huurlingen uit geallieerde naties. De bondgenoten zijn: the Old (Turil) kingdom waar slavernij nog maar recentelijk is afgeschaft, the Fey Kingdom dat de grootste leverancier van hout is, the Dwarven homeland of Ol'Darza waar de grote bouwmeesters vandaan komen en the Sons of Solar theocracy die veel specerijen en andere luxeproducten invoeren. The Nepharim kingdoms zijn verdeeld vanwege een burgeroorlog die daar woedt wat als gevolg heeft dat enkele Nepharim koningen Zenia steunen, maar anderen de Proudfoot Empire of de Rontra Republic. Door de burgeroorlog zijn Nepharim huurlingen dure, maar goed getrainde militairen die aan beide kanten van een conflict gevonden kunnen worden.
De grote staatsvijanden zijn allereerst het machtige Proudfoot empire naar het noord-oosten, waar zoals vermeld een koude oorlog mee wordt gevoerd. De keizers van de halflings willen al sinds de stichting van het keizerrijk meer macht op Zeniaanse bodem. De slavenhandel, die voor hun zo luceratief is, zijn ze van plan te verspreiden over alle continenten. Ten tweede is er de opkomende handelsmacht the Rontra Republic in het westen, waar een heftige handelsoorlog mee is losgebarsten die zijn oorsprong vind in het loskomen van the RR van Turiliaanse overheersing en de hernieuwde betrekkingen die daaruit voorvloeiden. De RR heeft van de Old kingdom de gewoonte van het lijfeigenschap overgenomen, wat bij hen van vader op zoon gaat en streng gehandhaaft wordt.
De mobilisatie van het Zeniaanse leger is inmiddels in volle gang en een beslissing van de oorlog wordt binnen enkele weken verwacht, wat tevens een einde moet maken aan de dwangarbeid verricht door Zeniaanse burgers en hun bondgenoten, op de plantages en in de mijnen van de Rontra.
De Greenskin Warcommander heeft een staakt-het-vuren getekend met Zenia, na zijn terugtrekking uit buurland Ritna. Hij heeft echt moeite met het bijeen houden van zijn tribal chiefs, die allemaal hun eigen gevoelens hebben tegenover Zenia. Sommige van de stammen gebruiken hun luchtschepen weer om Zeniaanse en Ritnese dorpen en handelsschepen te plunderen, wat tot nu toe beantwoord wordt door middel van opgevoerde luchtschip patrouilles ten oosten van Zenia en Ritna. De meest geweldadige stam van de groenhuiden, the Omonosians, schuwt het eten van gedode vijanden niet en wordt uit voorzorg meteen aangevallen door Zeniaanse luchtschepen, wanneer hun schepen worden gesignaleerd. The Omonosians gebruiken sinds jaar en dag de top van de Doemberg, gelegen in het uiterste oosten van het continent, als uitvalsbasis, alwaar hun god Omonos de luchtschepen hult in een grote donderwolk die tevens als veilige haven dient voor hun lucht-vloot.
Groenhuiden worden, meer dan Rontra en Proudfeet nog, het meest gediscrimineerd in Quatropolis. De stadswacht heeft in de regel veel moeite het geweld dat hieruit voortvloeit aan te pakken. Veel stadse groenhuiden vluchten daarom ondergronds, waar ze vaak geholpen worden door Rontra en Proudfeet sympathisanten, die hen van de eerste levensbehoeften voorzien.

Hopelijk biedt de bovenstaande tekst inzicht in de onderlinge verhoudingen tussen de volkeren en naties. Het zal in ieder geval bij het maken van eventuele characters meer mogelijkheden tot diepgang verschaffen.

© 2011 All rights reserved.

Create a free websiteWebnode